Hoe groeien asperges

Fruit & Groenten

Hoe groeien asperges

Je leest dit artikel in 5 minuten

Asperges. Die tere, groene of witte stengels die de lente aankondigen. Je smaakt de aarde, de frisheid. Veel mensen genieten van deze delicatesse, maar weinig realiseren zich de zorg en het geduld die nodig zijn om ze zelf te kweken. Het telen van asperges is een investering in de toekomst van jouw moestuin. Het vergt toewijding, maar de beloning is oogst die je nergens anders koopt.

De lange weg naar de aspergeoogst

Asperges planten is geen project voor de snelle tuinier. Dit is een gewas waar je jarenlang plezier van hebt, mits je de basis goed legt. Denk eraan: je plant niet voor één seizoen, maar voor tien tot vijftien jaar. Dit vraagt om een weloverwogen start. Je begint met het kiezen van het juiste uitgangsmateriaal. De meeste thuiskwekers starten met ‘eenjarig zetmeelmateriaal’ ofwel zaailingen. Dit zijn jonge plantjes met een klein wortelstelsel.

De bodem: de fundering van jouw aspergebed

De bodem is alles voor een gezonde aspergeplant. Asperges houden niet van natte voeten. Een slechte drainage leidt onvermijdelijk tot rot en mislukking. Kies een plek in jouw tuin die de hele dag zon vangt. Dit geeft de stengels de energie die ze nodig hebben om dik en smaakvol te worden.

De grond moet los en vruchtbaar zijn. Asperges groeien ondergronds, dus de grond moet gemakkelijk doordringbaar zijn. Werk diep. Je moet de grond minstens 40 centimeter diep bewerken. Hark eventueel grof zand door zware kleigrond om de structuur te verbeteren. Strooi ruim compost of goed verteerde stalmest door de aarde. Dit voedt de planten in de jaren voordat je oogst.

Het planten van de aspergeplanten

Het moment van planten is cruciaal. Dit doe je het beste vroeg in het voorjaar, zodra de grond bewerkbaar is en de grootste nachtvorst voorbij is. Je hebt nu de jonge plantjes in handen. Je gaat nu de ‘sleuven’ of ‘bedden’ maken.

Voor een mooie, lange stengel graaf je een ondiepe sleuf. De precieze diepte hangt af van de dikte van jouw zetmeelmateriaal, maar houd ongeveer 15 tot 20 centimeter diep aan. Je wilt dat de kroon van de plant straks diep genoeg zit, zodat de stengels gemakkelijk door de aarde breken zonder te veel weerstand.

De plantafstand is belangrijk voor een goede luchtcirculatie en voldoende voeding. Houd een afstand van 40 tot 50 centimeter tussen de planten in de rij. Tussen de rijen laat je ongeveer 1,20 meter ruimte. Dit is noodzakelijk, want je moet later makkelijk tussen de bedden kunnen werken om te aanaarden en te oogsten.

Plaats de wortels voorzichtig in de sleuf. Spreid ze als een waaier. Zorg dat de kroon – het hart van de plant – naar boven wijst. Vul de sleuf voorzichtig aan met de losse aarde en druk deze lichtjes aan. Geef na het planten ruim water. Dit helpt de wortels contact te maken met de nieuwe grond.

De rustjaren: geduld loont

Dit is misschien wel het moeilijkste deel voor de enthousiaste tuinier: de wachttijd. Je mag de eerste twee jaar absoluut geen asperges steken. Sommige kwekers raden zelfs drie jaar aan. De plant heeft deze tijd nodig om een krachtig, ondergronds wortelstelsel (de ‘pen’) op te bouwen. Hoe sterker de pen, hoe dikker en talrijker de stengels in de jaren daarna.

In deze rustjaren behandel je het aspergebed als een normaal veld. Je houdt het onkruidvrij. Onkruid concurreert met jouw jonge planten om voeding en water. Hark tussendoor voorzichtig, maar graaf niet te diep; je beschadigt de zich ontwikkelende pen.

Aanaarden: de techniek voor witte asperges

Als je van plan bent om de klassieke witte asperges te kweken, moet je tijdens het groeiseizoen aanaarden. Dit betekent dat je grond rondom de planten opschuift, waardoor er een heuvel of wal ontstaat. De stengel groeit in deze heuvel en blijft daardoor beschermd tegen zonlicht. Zonlicht zorgt voor chlorofyl, waardoor de stengel groen kleurt.

Begin met aanaarden zodra de scheuten enkele centimeters boven de grond uitkomen. Schuif de aarde geleidelijk op tot de wal zo’n 25 tot 30 centimeter hoog is. Je hebt in de loop van de lente meerdere keren wat grond aan de wal toegevoegd.

Verzorging gedurende het seizoen

Hoewel asperges taaie planten zijn, hebben ze voeding nodig, vooral na de oogst. Wanneer je de stengels steekt, haal je energie weg bij de plant. De plant moet die energie in de rest van het jaar weer aanvullen in zijn wortels.

Na de laatste oogstdag (meestal rond 24 juni) laat je alle stengels ongestoord groeien. Dit zijn de ‘veer- en zomerstengels’. Deze groene, varenachtige stengels zorgen voor de fotosynthese die de pen voedt voor het volgende jaar. Zorg ervoor dat deze stengels de ruimte hebben om goed uit te groeien.

Geef in de nazomer een lichte bemesting, bijvoorbeeld met goed verteerde compost of een speciale aspergemeststof. Dit ondersteunt de vorming van reservevoedsel in de pen. Zorg ook in droge periodes voor voldoende water. Een diepe, maar niet te frequente besproeiing is het beste.

VIDEO: Alles over asperges | van aanplant tot oogsten

Aanvullende informatie

Hier is een samengestelde lijst van links die je alles vertellen over Hoe groeien asperges.

Bescherming tegen ziektes en plagen

Gezonde planten zijn minder vatbaar voor problemen. Zorg voor voldoende afstand en goede luchtcirculatie om schimmelziekten zoals roest te voorkomen. Verwijder na de winter de oude, afgestorven stengels. Dit ruim je op, zodat eventuele schimmelsporen niet overwinteren.

Je merkt snel of er problemen zijn. Zie je kleine gaatjes of knaagschade aan de basis van de stengel? Dan heb je mogelijk last van ongedierte. Een dikke laag mulch kan soms helpen om de bodem minder aantrekkelijk te maken voor bepaalde insecten.

Het moment van de waarheid: asperges steken

Na die geduldige twee of drie jaar mag je eindelijk oogsten. Dit is een proces dat precisie vereist. Je oogst asperges door ze te steken of te snijden net boven het grondoppervlak.

Hoe weet je wanneer je moet steken? Kijk naar de aanaarding. Wanneer de toppen van de scheuten net boven de grond of de wal uitkomen, zijn ze oogstklaar. Dit is vaak wanneer ze ongeveer 10 tot 20 centimeter boven de grond uitsteken. Voor witte asperges steek je zodra de top net doorslaat.

Je hebt een scherpe aspergesteker of een goed mes nodig. Duw de steker voorzichtig langs de stengel in de grond, schuin naar de stengel toe, tot je de pen raakt. Je voelt een lichte weerstand. Snijd de stengel nu zo dicht mogelijk bij de kroon af. Wees voorzichtig met de omliggende scheuten; die beschadig je als je te wild bent.

In het eerste echte oogstjaar mag je slechts beperkt oogsten. Gebruik de vuistregel: de oogstperiode duurt ongeveer 6 tot 8 weken. Stop altijd met oogsten rond 24 juni. Dit geeft de plant voldoende tijd om te herstellen en reserves op te bouwen voor het volgende jaar. Als je te lang oogst, put je de plant uit.

Veelgestelde vragen over aspergeteelt

Wanneer mag ik de eerste asperges oogsten?

Je oogst pas na twee tot drie jaar wachten. In het eerste oogstjaar oogst je slechts een klein deel van de stengels.

Wat is het verschil tussen groene en witte asperges?

Het verschil zit in de methode. Witte asperges worden geteeld onder een aanaarding, waardoor ze geen zonlicht zien en dus wit blijven. Groene asperges krijgen wel zonlicht en maken zelf bladgroen aan.

Hoe lang kan ik asperges oogsten uit één bed?

Een goed onderhouden aspergebed levert tien tot vijftien jaar lang een oogst op.

Moet ik de stengels na de oogst afsnijden?

Na de laatste oogstdag, rond half juni, laat je alle resterende stengels doorgroeien. Deze vormen het ‘blad’ dat de plant voedt voor het volgende seizoen.

Geef een reactie